Valkparkiet (Nymphicus hollandicus)

De valkparkiet (Nymphicus hollandicus) is een endemische vogelsoort uit Australië. In tegenstelling tot wat de naam suggereert, behoort deze vogel niet tot de parkieten maar tot de kaketoes.


Kenmerken

De (in het wild voorkomende) valkparkiet is 30 tot 33 cm lang. De vogel is overwegend grijs met witte vlekken op de vleugels ("schouders"). De vogel heeft een lange staart waarvan de middelste staartpennen langer zijn dan de buitenste. Het mannetje heeft een bleekgele kop en een opvallende rechtopstaande kuif, verder een oranjerode vlek op de oorstreek ("wang"). Bij het vrouwtje is het geel en het rood wat doffer van kleur. Bij het vrouwtje is een regelmatig patroon van horizontale donkere strepen zichtbaar op de buitenste staartveren. Bij mannetjes zijn de staartveren egaal gekleurd.[2]

 

Grasparkiet (Melopsittacus undulatus)

Grasparkiet (Melopsittacus undulatus)

 

De grasparkiet (Melopsittacus undulatus) behoort tot de papegaaiachtigen en komt in het wild in grote zwermen in Australië voor.


Algemeen 

Ruim 150 jaar geleden werd de grasparkiet in Europa ingevoerd. Ze worden gehouden in een kooi of volière.

Als grasparkieten alleen in een kooi worden gehouden, hebben ze veel aandacht nodig. Het zijn echte groepsdieren en daarom is het beter om er twee of meer te houden, bij voorkeur een even aantal. Speelgoed en klimgerei zijn noodzakelijk bij het leven in een kooi. Grasparkieten zijn vrolijke, ondernemende vogels die erg tam kunnen worden, vooral als ze van jongs af aan met mensen in aanraking zijn geweest. Sommige grasparkieten kunnen praten, de meeste doen dat echter niet.

 


Uiterlijk


Verenkleed

Een grasparkiet heeft donsveren en dekveren. De donsveren zorgen voor warmte, de dekveren beschermen tegen beschadigingen. De veren zorgen voor een waterafstotende isolatie. Grasparkieten ruien. Van nature is de grasparkiet groen, maar kweekvormen komen in allerlei kleurslagen voor, zoals blauw, geel, wit en grijs. Die kleuren zijn op hun beurt onderverdeeld, zo heten grasparkieten met veel zwarte aftekeningen dominant bont. Aftekeningen met een bruine schijn heten cinnamon.

Er bestaat ook een kweekvorm, de Engelse grasparkiet. Deze vorm is door kweken en strenge selectie veel groter geworden en heeft als belangrijkste kenmerk een grotere kop door de zwaardere bevedering. De bevedering is stukken langer geworden waardoor hij er veel zwaarder uitziet. Dit heeft uiteraard ook zijn gevolgen voor zijn vliegvermogen. Het kweken is in wezen hetzelfde als de gewone grasparkieten, maar de ervaring leert dat de kweekvorm meestal iets meer moeilijkheden vertoont bij de bevruchting en voerderbereidheid van de pop. De standaard waarnaar gekweekt wordt ,wordt vastgelegd door de wbo ,het overkoepelend orgaan van grasparkietenclubs over de ganse wereld.


 

Kanarie (Serinus canaria)

De kanarie (Serinus canaria) is een zangvogel uit de familie Fringillidae. De wilde soort komt voor op de Canarische Eilanden. De vogel wordt sinds eeuwen gekweekt als huisdier.
Kenmerken

De in het wild levende soort is 12,5 tot 13,5 cm lang. De vogel lijkt op de Europese kanarie maar is iets groter. Bij het mannetje is de hele buik en borst, ook de flanken, geelgroen gekleurd. Verder zijn de streepjes op de rug en op de flanken fijner van structuur dan de streepjes van de Europese kanarie. Verder is de snavel groter en dikker.[2]

De gekweekte, tamme kanaries kunnen er totaal anders uit zien. Kwekers kweken onder andere op kleur, vorm en op zangkwaliteit. Hierdoor kan men kanaries in vele kleuren aantreffen: rode, gele, witte, bonte, enz. Helderblauwe kanaries bestaan echter niet en een dieprode kleur moet door middel van kleurvoeding op peil worden gehouden. Verder zijn er gekuifde kanaries en kanaries met een afwijkende bouw.
Bij de gekweekte kanaries spreekt men van vier hoofdgroepen die elk weer onderverdeeld zijn in aparte rassen:

  • kleurkanarie
  • zangkanarie
  • postuurkanarie
  • bastaardkanarie

Deze soorten worden gefokt om hun kwaliteiten te behouden of juist te kruisen.

 

zebravink (Taeniopygia guttata)

De zebravink (Taeniopygia guttata) is een kleine vogel uit de familie Estrildidae.

 


Kenmerken
In Nederland en België is de zebravink, na de grasparkiet en de kanarie, de populairste vogel om thuis te houden. Het dier maakt geluid dat klinkt als "trompetachtig snorren", waarbij het mannetje kleine melodieën van dit geluid maakt. De mannetjes leren het gezang van hun vader. Als die vader er niet meer is, kunnen ze het ook indirect aanleren via broers die het wel van de vader konden leren.[2][3] De man is te herkennen aan de oranje wangen, die bij het vrouwtje (de pop) ontbreken. Er zijn gefokte kleurvariëteiten waardoor deze standaardkenmerken bij sommige typen verloren zijn gegaan. Bij de witte mutatie kan men de sekse alleen zien aan de kleur van de snavel. Dan is de herkenningskleur van de snavel lichtoranje bij de pop en bij de man dieper oranje tot rood. Ook is er een zwartwangzebravink gekweekt waarbij de oranje wang bij het mannetje een andere kleur heeft gekregen. De lichaamslengte bedraagt 10–13 cm.

 

Login

FotogallerijEnkele mooie foto's

Contact informatie

  Clublokaal: Café-Feestzaal 't Ven
Straelseweg 359, 5916 AB Venlo

  www.vogelvenlo.nl

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

  +31 77 35 18 995